VAN IJSKOUDE ONGEZELLIGHEID TOT BEHAAGLIJKE WARMTE
Een huis bouwen we om in te wonen. En wonen betekent in de eerste plaats: zich beschermen tegen weer en wind, tegen vocht, kou en hitte, tegen onbescheiden blikken en vermoeiend straatlawaai. Wonen betekent echter nog oneindig veel meer: het is zich goed voelen, zich thuis weten, zodat een aantal uiterst belangrijke levensfuncties (werken, rusten, zich ontspannen, anderen ontmoeten) aan bod kunnen komen. Daarom moet een woning komfortabel zijn. En wie dit woord leest, denkt vaak onmiddellijk aan: lekker warm hebben.
Laten we daar even op in gaan.
Weinig begrippen zijn zo gevoelsgeladen als warmte en koude. Gaan we in de
winter een nietverwarmde kamer binnen, dan krijgen we onmiddellijk de indruk
dat het verlaten, ongezellig en onbehaaglijk is. We lopen dan maar vlug naar
het heerlijke verwarmde vertrek ernaast en nog in de deuropening voelen we
hoe onze spieren zich ontspannen. Even later zitten we er luilekker bij. Die
subjectieve indrukken zijn zelfs ons taalgebruik binnengeslopen. Zo houdt
een bediende achter een loket ons op afstand met een koele blik, terwijl onze
hartelijke collega ons altijd met een warme handdruk begroet.
Warmte en koude nemen een zo grote plaats in ons (gevoels-) leven in omdat het menselijk bestaan zelf afhankelijk is van de juiste temperatuur. We kunnen immers slechts leven in een bereik van een paar tientallen graden en we voelen ons maar echt goed in een omgeving met een temperatuur die niet al te ver van 22°C ligt.
Dus, om het in mijn huis comfortabel te hebben, stook ik tot het er lekker warm is en de kous is af. Wie echter ooit hoestend een piekfijn verwarmde maar overvolle rokerscoupé buitenstrompelde, weet wel beter. Er moet dus voor verluchting gezorgd worden.
Want zelfs een niet-roker produceert nog heel wat 'pollutie': hij geeft kooldioxide en allerlei andere gassen, dampen en aërosol af. De atmosfeer van een woning wordt ook verontreinigd door niet zo aangename geurtjes afkomstig van huishoudelijke bezigheden zoals koken, wassen en schoonmaken. Men heeft berekend dat voor het voorkomen van geuroverlast er in een kamer waarin niet gerookt wordt 20m3 verse lucht per uur moeten binnenstromen en 30m3 indien er wel gerookt wordt.
Bovendien komt tijdens de ademhaling en bij het uitvoeren van de zonet vermelde huishoudelijke taken heel wat (onzichtbare) waterdamp vrij: tot 15 liter water per dag in een middelgrote woning met een doorsneegezin van 4 personen! Slechte afvoer van die waterdamp door voldoende verluchting (en dat merkt men dan wel aan de condensatie op de ruiten) is zelfs ronduit ongezond. Want vocht vormt in combinatie met het in een vertrek steeds aanwezige stof een ideaal midden voor de ontwikkeling
Verluchten dan maar, en dat is helemaal niet moeilijk: een raam een uurtje wagenwijd openzetten en het wordt weer fris en gezond. Fris wordt het inderdaad, maar de plotse afkoeling, de grotere lawaaihinder en de hevig tocht zijn nu niet dadelijk bevorderlijk voor de gezondheid. Bovendien gaan zo de stoutste dromen van de oliesjeiks in vervulling: de duur betaalde calorietjes dwarrelen vrolijk de wijde wereld in. En luidt het eerste gebod van de moderne bewuste burger niet: isoleer Uw huis! En daar zit juist het probleem. Vroeger toen de woningen niet zo thermisch uitgekiend en luchtdicht werden opgetrokken, was er geen behoefte aan een speciale ventilatie, vermits er voldoende lucht langs de voegen en kieren binnendrong, zodat per uur zo'n 7 tot 15% van het totale luchtvolume langs natuurlijke weg werd ververst.
Maar nu hebben het gebruik van dichtere constructies, dubbele beglazing, tochtstrips en -latten en allerhande isolatiedekens en platen de natuurlijk luchtverversing beperkt tot 2 à 3% van het totale luchtvolume per uur. Duidelijk onvoldoende, en we zullen dus zelf moeten zorgen voor de nodige ventilatie.
Die ventilatie moet er ook nog voor zorgen dat de lucht in de woonvertrekken noch te vochtig, noch te droog wordt. Te droge lucht kan immers irritatie van de slijmvliezen veroorzaken. Bovendien is gebleken dat men in een kamer met zeer droge lucht al vlug de thermostaat een paar graadjes hoger afstelt dan nodig, wegens het grotere warmteverlies van het menselijk lichaam (er verdampt immers meer water op de huid). Te vochtige lucht kan anderzijds aanleiding geven tot condensatie van waterdamp op koude vlakken (zoals ruiten en buitenmuren).
Gelukkig kan men de ideale luchtvochtigheid vrij nauwkeurig in een cijfer uitdrukken: ze moeten gelegen zijn tussen 30 en 70%.
Tja, dat ideale woonkomfort ligt blijkbaar niet zo maar binnen handbereik. Toch beschikken we reeds over een aantal waardevolle criteria waaraan een installatie voor verwarming en verluchting van een woning moet beantwoorden. Ze moet een voldoende, liefst per vertrek precies regelbare verwarming mogelijk maken. En daarnaast moet ze, zonder de energiebesparende voordelen van de isolatie in het gedrang te brengen, een doeltreffende, tochtvrije en gecontroleerde luchtverversing bieden. Een systeem dat aan dit profiel beantwoordt zouden we voorlopig met de term "warmeluchtbehandeling" willen omschrijven.